De Équipe de Leyde: project editie Oudfranse rijmbijbels voltooid (1962–2025)

In 1962 vormde Jean-Robert Smeets (1916-2003), destijds lector, later hoogleraar bij de vakgroep Frans van de Universiteit Leiden, de Équipe de Leyde, die zich ten doel stelde de uitgave te bezorgen van de Oudfranse berijmde vertalingen-bewerkingen van de Bijbel. Smeets richtte zijn aandacht vooral op de ‘Bibles intégrales’, die zowel het Oude als het Nieuwe Testament bevatten. Later kwamen daar ook bewerkingen bij van alleen het Oude Testament of enkele Bijbelboeken.

Deze ‘poèmes bibliques’, zoals Smeets ze kwalificeerde, volgen alle in grote lijnen de Vulgaattekst, maar vullen die aan met commentaren uit Latijnse teksten, zoals de Historia Scholastica van Petrus Comestor, een parafrase van de Bijbelse (en wereldlijke) geschiedenis met commentaren van de Kerkvaders, of de Aurora van Petrus Riga, een allegorisch en moraliserend commentaar op de Bijbel (beide uit de 12e eeuw). Soms werden ook profane teksten gebruikt (de Metamorfosen van Ovidius, de Roman de Troie van Benoît de Sainte-Maure). Veel teksten worden ook gekenmerkt door de invoeging van legenden en apocriefe geschriften.

Al eerder hadden onderzoekers zich met deze berijmde bijbels bezig gehouden, zoals de Straatsburgse theoloog Eduard Reuss, vanaf 1851, en Samuel Berger en Jean Bonnard die er fundamentele studies aan wijdden op het eind van de 19e eeuw. Maar het was Smeets die een aanpak voorstond die veel breder en diepgaander was dan het werk uit de 19e eeuw. Hoewel Smeets voortbouwde op het werk van de Duitse romanisten, die bijna uitsluitend aandacht besteedden aan de filologische kant van de bewerkingen, ging Smeets zich tevens verdiepen in de bronnen en de onderlinge samenhang van de teksten en bovendien trachtte hij te komen tot een definitie van het genre. Zijn brede aanpak vond navolging bij een onderzoeksgroep aan de Université de Franche-Comté, die zich bezighield met de Oudfranse prozabijbels.

Jean-Robert Smeets promoveerde in 1955 cum laude op een uitgave van La Chevalerie de Judas Macabé, een Bijbeltekst uit de 13e eeuw. De tekst bewerkt een deel van de Boeken der Makkabeeën, waarin een Joodse priester een opstand leidt tegen Antiochus IV Epiphanes. In 1992 kwam Smeets terug op dit onderwerp met een editie van La Chevalerie de Judas Macchabee de Gautier de Belleperche en Pierre du Riès.

Deze brede aanpak van Smeets leidde in 1962 tot de oprichting van de Équipe de Leyde, die het begin zou vormen van een lange serie tekstedities. Onder zijn leiding heeft de Équipe door de jaren heen vele studenten, promovendi en onderzoekers aangetrokken, met het doel het gehele corpus van de Oudfranse berijmde Bijbels te ontsluiten.

Eerst verscheen de Bible de Macé de La Charité (13e eeuw), die het Oude en het Nieuwe Testament bevat en een moraliserende bewerking is van de Aurora. Deze editie, in 7 delen, bezorgde hij zelf met een viertal promovendi (van der Krabben, Prangsma-Hajenius, Verhuyck, Lops) en de taalkundige Q.I.M. Mok.

Daarop volgde in 1975 de uitgave van Li Romanz de Dieu et de sa Mere van Herman de Valenciennes (12e eeuw) door Spiele. Het gaat hier om een ‘Bible mariale’, waarbij het Nieuwe Testament vooral aandacht besteedt aan de Maagd Maria.

In 1978 gaf Smeets de Bible de Jehan Malkaraume uit, een tekst uit het midden van de 13e eeuw, waarin de invloed van de Glossa ordinaria en de Aurora merkbaar is. Malkaraume kopieert een deel van de Roman de Troie, zonder de auteur te noemen, en put uit Pyrame et Thisbé. Hij voegt ook veel legenden toe.

In 1985 promoveert Szirmai op de kritische editie van de la Bible anonyme du Ms. BnF fr. 763 die dateert uit de 13e eeuw en het Oude Testament en een uitgebreide Kruishoutlegende bevat, die de oorsprong van het kruis van Christus vertelt.

Boers publiceert in 2002 de editie van de Genèse d’Evrat, zijn proefschrift. Evrat schrijft het Bijbelboek in opdracht van Marie de Champagne en was van plan de hele Pentateuch te bewerken. Het werk wordt gekenmerkt door de vele glossen. De editie van Boers is voorzien van een essay over de spiritualiteit van de klerk en de leek in het Middeleeuws christendom.

In 2005 volgt de editie van Un Fragment de la Genèse en vers (Szirmai), een Anglo-Normandische tekst uit eind 13e-begin 14e eeuw. De anonieme auteur vertelt het verhaal van de patriarchen Abraham, Isaac, Jacob en Jozef en put uit de Historia Scholastica en, voor zijn allegorische commentaren, uit de Aurora. Hij ontleent bovendien een profaan verhaal aan de Franse vertaling van de Disciplina clericalis van Pierre Alfonse, ter illustratie van de verhouding tussen Jacob en Esau.

Er restte nog een laatste tekst van het door Smeets gevormde corpus die uitgegeven moest worden, de Bible des .vij. estaz du monde van Geufroi de Paris die dateert uit 1246. Deze lange compilatie van meer dan 20.000 verzen, samengesteld uit bekende Oudfranse teksten, bevat 7 boeken (Ancien Testament, Nouveau Testament, Descente de saint Paul en enfer, le Purgatoire, la Condition humaine, le Temps de l’Antéchrist, le Jugement dernier). De auteur heeft gebruik gemaakt van verschillende Latijnse en Oudfranse bronnen en heeft een voorliefde voor legenden, waarvan soms de oorsprong niet te achterhalen valt. Inhoudelijk en tekstueel vertoont deze Bijbel veel overeenkomsten met de Bijbel van Herman de Valenciennes. Een aantal masterstudenten van de Opleiding Frans in Leiden heeft een eindscriptie gewijd aan delen van de tekst van Geufroi de Paris. Szirmai, die de Équipe van Smeets sinds 2002 voortzette, publiceerde in 2023 deel I van de Bijbel van Geufroi de Paris. Deel II verscheen in april 2025.

Szirmai bereidt nu een overzichtsartikel voor over de verbanden tussen de Bijbelteksten, die vaak dezelfde bronnen hebben gebruikt en commentaren en legenden delen.

Naast de genoemde edities en de vele artikelen gepubliceerd over de Oudfranse berijmde Bijbelteksten, is het project van de Équipe de Leyde zoals Smeets het had vormgegeven in 1962, nu na ruim 60 jaar voltooid!

Door Julia Szirmai (Universiteit Leiden)

De eerste en laatste uitgaven van de Équipe de Leyde.