Door Naomi Canlas (student Franse Taal en Cultuur, Universiteit Leiden)
Met Pol van de Wiel ging ik in gesprek over de handelseditie van zijn proefschrift Zo zijn we niet meer getrouwd, dat eind 2024 verscheen bij uitgeverij Noordboek. In dit boek onderzoekt Van de Wiel de ontwikkeling van het burgerlijk huwelijk in Frankrijk en Nederland. Hij doet dit vanuit een multidisciplinaire benadering – juridisch, historisch, filosofisch en cultureel.

Om het heden te begrijpen, moet je naar het verleden kijken: dit vormt het uitgangspunt van Van de Wiels analyse. Het eerste deel van het boek richt zich op de eerste anderhalve eeuw van het burgerlijk huwelijk, vanaf het historische keerpunt van de Franse Revolutie. In die periode werd het huwelijk losgekoppeld van de Kerk en gecodificeerd als civiel instituut. Daarmee kreeg het een nieuwe, seculiere betekenis: het huwelijk werd civil. Dit betekende een duidelijke breuk met het tot dan toe dominante christelijke huwelijksmodel in West-Europa.
Het tweede deel van het boek richt zich op de maatschappelijke omwenteling van het huwelijk vanaf de jaren ’60 en ’70. De nadruk ligt op de veranderende maatschappelijke plaats van het huwelijk, de doorwerking daarvan in het huwelijksrecht en de snelle ontwikkeling van een fundamenteel nieuwe opvatting over de verbintenis tussen twee mensen, wat uitmondt in de invoering van het homohuwelijk eerst in Nederland en daarna ook in Frankrijk.
De rol van de Franse Revolutie
De Franse Revolutie speelt een cruciaal keerpunt in ons hedendaagse begrip van het huwelijk als burgerlijk instituut. Het huwelijk werd losgemaakt van de Kerk en volledig onder het gezag van de staat geplaatst. Bovendien onderging de inhoud van het huwelijksrecht een aantal progressieve hervormingen die in korte tijd radicaal werd doorgevoerd. Hoewel veel van deze hervormingen onder Napoleon weer deels werden teruggedraaid, zette Frankrijk hiermee een structurele koerswijziging in gang.
Een vergelijking tussen Nederland en Frankrijk
Op het eerste gezicht lijken de ontwikkelingen met betrekking tot het huwelijk in Frankrijk en Nederland sterk op elkaar. In beide landen zien we sinds de twintigste eeuw een toenemende nadruk op individualisering, secularisering en gelijkheid. Toch zijn er wat verschillen in de manier waarop deze ontwikkelingen zich hebben voltrokken.
In Frankrijk werd al vanaf de negentiende eeuw veel symbolische betekenis toegekend aan juridische hervormingen binnen het huwelijksrecht, die vaak gepaard gingen met felle maatschappelijke debatten en politieke spanningen. Deze veranderingen in de législation morale werden in Nederland echter op een veel meer geleidelijke en vooral op een minder ideologisch beladen manier voltrokken. Hoewel Nederland het eerste land was dat het homohuwelijk legaliseerde in 2001, ging de invoering daarvan een stuk geruislozer dan later in Frankrijk.
Volgens Van de Wiel is het echter een misvatting om te denken dat Frankrijk minder geïndividualiseerd is dan Nederland. Beide landen hebben vergelijkbare juridische trajecten doorlopen inclusief de invoering van alternatieve samenlevingsvormen zoals het pacte civil de solidarité (Pacs) in Frankrijk en in 2013 mariage pour tous, waarmee beide landen in die zin even gemoderniseerd zijn.
Wat betreft de overeenkomsten en verschillen tussen de twee landen met betrekking tot het huwelijk, keren twee elementen dus telkens terug: religie en individualisering. Frankrijk aan de ene kant, dat een centraal georganiseerde, conservatieve katholieke traditie draagt, maar vanuit een statelijk standpunt/vanuit de staat de laïcité uitdraagt. Nederland aan de andere kant, dat het huwelijk meer vanuit een protestantse, egalitaire koers benaderde waarin religie minder hiërarchisch functioneerde. Deze culturele, religieuze en politieke verschillen verklaren deels de uiteenlopende wegen die beide landen hebben bewandeld, wat in het tweede deel van het boek uitgebreid wordt behandeld. Toch is in beide landen sprake van een vergelijkbare, geleidelijke overgang naar een huwelijksopvatting waarin persoonlijke keuzevrijheid en individuele autonomie centraal staan. Vooral de jaren ’60 vormden hierin een kantelpunt: traditionele rolpatronen werden losgelaten, en het huwelijk kreeg een minder normatief en meer persoonlijk karakter.
Zo zijn we niet meer getrouwd is daarmee een absolute aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen binnen de Nederlandse en Franse wereld. Het boek biedt niet alleen een genuanceerde en diepgaande blik op het huwelijk als historisch instituut, maar laat ook zien hoe dit verbonden is met institutionele verandering en bredere maatschappelijke transformaties zoals secularisering, emancipatie, vrijheid en identiteit.
Ten slotte vormt het een inspirerende bron voor studenten Franse taal en cultuur: het laat zien wat voor scala aan unieke en maatschappelijk relevante onderzoeksonderwerpen mogelijk is met de kennis die je opdoet tijdens de bachelor.
