Door Steven Hoogwout (student Universiteit van Amsterdam)
Op 9 en 10 december 2025 vond o.a. in het Vredespaleis te Den Haag het congres Femmes et Paix plaats, georganiseerd onder de aegis van de Alliance Française. Het evenement stond in teken van Bertha von Suttner, de eerste vrouw die ooit de Nobelprijs voor de Vrede heeft ontvangen, en die gedurende haar hele leven een ongekende bijdrage heeft geleverd aan de vredesbeweging van het fin-de-siècle. Echter, net zoals Bertha von Suttner en haar kampgenoten ondanks hun inzet de oorlog van 1914-1918 niet hebben mogen voorkomen, is vandaag de dag oorlog en strijd nog steeds een kwaad om je tegen te verzetten. Doel van het congres was om de vrouwelijke stem te laten horen in relatie tot conflictsituaties. Op uitnodiging van Platform Frans mocht ik op 10 december toeschouwer zijn van het congres, en van de pogingen die daar werden ondernomen om het werk van Von Suttner voort te zetten.

De dag werd onderverdeeld in drie verschillende thematische blokken, gewijd aan het heden, het verleden en de toekomst. Allereerst werd de rol van vrouwen in vredesbewegingen van vroeger behandeld; binnen dit kader is Bertha von Suttner weliswaar het meest vooraanstaand, maar geenszins de enige wiens naam door de eeuwen heen weerklinkt. Zo werd het eerste panel geopend door François Alabrune, de alomtegenwoordige ambassadeur van de Franse Republiek in Nederland, die van de gelegenheid gebruik maakte om ver in het verleden te grijpen met een verwijzing naar het beroemde schilderij van Jacques-Louis David, De Sabijnse vrouwen. Vrouwen zijn altijd de eerste slachtoffers in de oorlog, maar eveneens de eerste vredestichters – aldus Alabrune. De klassieke oudheid bleek rijk aan zulke twijfelachtige mythes. Zo was het te verwachten dat ook de Lysistrata van Aristophanes de revue zou passeren, het ‘blijspel’ van de samenzwering tussen de Atheense en Spartaanse vrouwen om een eind te brengen aan de Peloponnesische Oorlog.
Toch heeft het congres zich niet beperkt tot een afstandelijke bespiegeling van vrouwen uit het verleden. Want wat moet in deze tijd de houding zijn van vrouwen ten opzichte van geweld, van autoritaire strongmen, ten opzichte van een patriarchaat dat zichzelf steeds weer wil doen gelden? Wellicht is daar geen eenduidig antwoord op. Het tweede panel, voorgezeten door Isabelle Rome, ambassadrice voor de mensenrechten, was rijk aan lezingen en voordrachten over de zeer werkelijke bijdragen die vrouwen van over de hele wereld heden ten dage leveren aan de zaak van de vrede. Deze bijdragen zijn bijna even divers van aard als de vrouwen die eraan ten grondslag liggen; van religieuze voorgangsters in Oost-Afrika tot betrokken moeders in Colombia. Hoogtepunt van de dag was ongetwijfeld de interventie van Women of the Sun en Women Wage Peace, respectievelijk een Palestijnse en Israëlische vrouwen-vredesorganisatie, die gezamenlijk willen voorkomen dat hun kinderen ‘vermoord worden of tot moordenaars uitgroeien.’
Als er een rode draad loopt door de toespraken van het eerste en het tweede panel, dan valt die samen te vatten met de gedachte dat het beëindigen van oorlog niet gelijk staat aan het scheppen van vrede. Voor een vrede die haar naam recht doet zijn veiligheid en zekerheid twee noodzakelijke eisen, eisen die alleen vervuld kunnen worden als de maatschappij als geheel aan de vrede deel kan nemen. Een vrede waarin grote delen van de betrokkenen niet worden meegerekend, kan dan ook geen daadwerkelijke vrede zijn. Vrede ontstaat dan ook niet per decreet van boven; vrede komt van onderop.
Het is de hoop dat Bertha von Suttner zich in die gedachte zou hebben kunnen vinden. Die waffen nieder!, zo luidt de titel van haar wereldberoemde roman. Maar zoals ook in dit boek te lezen is, zullen de wapens pas blijven liggen als de vrede dagelijks bevochten wordt.

Platform Frans ondersteunde het congres Femmes et Paix. Mireille de Jonge, bestuurslid van Platform Frans, was lid van het organiserend comité.
