Inclusief vertalen: tussen taal, cultuur en verantwoordelijkheid

Door Lisa van der Hammen (Universiteit Utrecht)

Afgelopen vrijdag 13 maart vond in de OBA Amsterdam de vierde editie plaats van La Fabrique de la traduction littéraire, georganiseerd door het Institut français NL en Platform Frans. Dit evenement draait om actuele ontwikkelingen binnen het vertaalwerk. 

In deze editie stond de vraag centraal hoe vertalers omgaan met inclusieve taal, een onderwerp dat in Frankrijk sterk verbonden is met bredere maatschappelijke en politieke discussies rond gendergelijkheid, representatie en taalverandering. Het programma omvatte zowel workshops als interessante panelgesprekken om bewuster te worden van ons hedendaagse taalgebruik.

De dag begon dan ook met een atelier rond inclusieve taal en literaire vertaling, onder leiding van schrijver, vertaler en kunstenaar Canan Marasligil. Dit interactieve onderdeel zette de deelnemers meteen aan het werk en na een korte voorstelronde werd de groep uitgedaagd om na te denken over de wisselwerking tussen taal en maatschappij. Taal blijkt namelijk een goede weerspiegeling te zijn van onze maatschappelijke denkbeelden. Door onze taal aan te passen, kunnen we door de tijd heen mensen attent maken op hoe groot de rol van gender nog altijd is in onze maatschappij.

Het vertaalatelier met Canan Marasligil. Foto: Lina FARIK – Institut français NL

Om hier dieper op in te kunnen gaan, kregen de deelnemers twee vertaalvragen om het inclusief vertalen zelf te kunnen ervaren. Zij werkten niet alleen met een fragment uit het werk van een non-binaire auteur, maar ook met een biografie over deze auteur. Daarbij werd duidelijk hoe complex ogenschijnlijk kleine taalkeuzes kunnen zijn. Zo stelt een formulering als “ses écrits” de vertaler voor een belangrijke beslissing: hoe vermijd je in de vertaling dat je onbedoeld een gender toeschrijft aan de auteur? Vooral het vertalen van voornaamwoorden en beroepsaanduidingen bleek hierbij een uitdaging, aangezien het Nederlands (net als het Frans en andere talen) niet altijd vanzelfsprekende inclusieve alternatieven biedt en een vertaler dus creatief moet zijn om een passende vertaling te maken. Het atelier werd afgesloten met een gezamenlijke bespreking, waarin deelnemers hun keuzes en twijfels met elkaar deelden. Deze uitwisseling maakte zichtbaar dat inclusief vertalen zelden één juist antwoord kent, maar eerder vraagt om bewuste afwegingen binnen een bredere talige en maatschappelijke context.

Na een gezellige lunch was het tijd voor het eerste rondetafelgesprek, getiteld « L’écriture inclusive en français : “péril mortel” pour la langue de Molière ou outil égalitaire d’aujourd’hui ? ». Hierin werd het debat rond inclusieve taal vanuit verschillende invalshoeken belicht. Aan het woord kwamen Lila Braunschweig (Universiteit Utrecht), Canan Marasligil en Benjamin Storme (Universiteit Leiden). Alle drie droegen aan het panel bij vanuit een andere achtergrond: Lila Braunschweig bracht vooral culturele expertise mee en Benjamin Storme droeg bij vanuit een taalkundige hoek. Canan Marasligil heeft ervaring als vertaler, waardoor die een verbindende rol vervulde tussen de andere twee: diens werk brengt taal en cultuur samen. Zo werd het panel eerst gestart door Benjamin Storme met wat taalkundige informatie, waarna elk panellid individueel aan het woord kwam. Al snel kreeg het publiek de mogelijkheid om vragen aan de panelleden te stellen. De vragen waren zowel inhoudelijk als praktisch, bijvoorbeeld hoe de docenten omgingen met inclusief taalgebruik bij de werken van hun studenten en of ze het juist aanmoedigen. Dit leverde interessante gesprekken op, waarbij de panelleden elkaar vaak aan konden vullen om tot een genuanceerd antwoord te komen. Ook hier kwam dus de wisselwerking tussen taal en maatschappij sterk naar voren.

Lila Braunschweig, Canan Marasligil en Benjamin Storme. Foto: Lina FARIK – Institut français NL

Het tweede rondetafelgesprek richtte zich op de vraag hoe inclusieve taal functioneert binnen vertaling en interpretatie, met als concreet voorbeeld Hêtre pourpre van Kim de l’Horizon. Voorafgaand aan het panel werd kort stilgestaan bij de rol van het Nederlands Letterenfonds, dat zich inzet voor de stimulering en ondersteuning van literair vertaalwerk in Nederland. Vervolgens bespraken David Mateus en Thom Westveer (beiden verbonden aan de Universiteit van Amsterdam) hun onderzoek naar de manieren waarop verschillende talen omgaan met inclusieve elementen in de vertaling van Hêtre pourpre. Hun analyse maakte duidelijk dat er aanzienlijke verschillen bestaan tussen talen en culturen. Zo wordt in het Duits regelmatig gebruikgemaakt van een asterisk om inclusiviteit te markeren, terwijl het Frans vaak kiest voor aanpassingen in de zinsstructuur om gendergebonden formuleringen te vermijden. In het Nederlands daarentegen blijkt de mannelijke vorm nog regelmatig als standaard te worden gebruikt. Deze vergelijking onderstreepte dat vertalen binnen een inclusief kader niet alleen technische vaardigheid vereist, maar ook creativiteit en gevoeligheid voor zowel taal als context. Tot slot, om dit panel af te sluiten, deelde Barbara Westerveld hoe zij hiermee omgaat als tolk en wat de verschillen zijn binnen het inclusief vertalen bij gesproken werk tegenover geschreven werk.

BArbara Westerveld, Thom Westveer en David Mateus. Foto: Lina FARIK – Institut français NL

Nadat de panels waren afgelopen, was het tijd voor een online optreden van comedienne en feministe Typhaine D. Met dit optreden werd opnieuw duidelijk aangetoond hoe sterk mannelijke vormen de Franse taal domineren. Typhaine D. verzet zich hier sterk tegen: niet alleen door de draak te steken met mannelijke stereotypen, maar ook door haar vocabulaire en grammatica zo aan te passen dat er geen vrouwelijke taalvormen domineren in haar optreden. De onderstaande video biedt een mooie kennismaking met “la féminine universelle”.

De dag werd afgesloten met het aankondigen van de winnaar van de Choix Goncourt des Pays-Bas van de editie 2025-2026. Nadat een groep studenten eerder die dag een zeer uitgebreide en leerzame discussie had gevoerd, koos de jury bijna unaniem voor La Nuit au Cœur van Nathacha Appanah.

Kortom, deze dag maakte duidelijk dat inclusief vertalen dus veel meer is dan een taalkundige kwestie alleen. Het vraagt van vertalers niet alleen technische kennis, maar ook een kritisch bewustzijn van de maatschappelijke context waarin taal functioneert. Of het nu gaat om literaire vertaling, onderwijs of tolken: telkens opnieuw moeten er keuzes worden gemaakt die invloed hebben op representatie en betekenis.